Wie bepaalt wat een leven waard is?

De medische wetenschap lijkt bijna onbeperkt geworden. Ziekten die vroeger dodelijk waren, zijn nu behandelbaar. Met genetische technieken kunnen we steeds dieper ingrijpen in het menselijk lichaam, en wanneer een leven als ondraaglijk wordt ervaren, kan een arts helpen het te beëindigen.

Wie daar kritisch naar kijkt, wordt al snel weggezet als tegenstander van vooruitgang. Maar dat is te gemakkelijk. Natuurlijk zijn medische ontwikkelingen een zegen. Maar juist wanneer steeds meer mogelijk wordt, moeten we durven vragen waar de grens ligt. Niet alles wat kan, is daarom ook goed.

Een kabinet dat vooruit wil

Het kabinet-Jetten, aangetreden in februari van dit jaar, wil Nederland nadrukkelijk vooruitbrengen op het gebied van innovatie en technologie. Maar vooruitgang is niet hetzelfde als verbetering. Een samenleving kan technisch steeds verder komen en tegelijk moreel achteruitgaan, en daar ligt een verantwoordelijkheid voor de politiek. Onder concrete thema's als woningbouw en defensie ligt een fundamentelere vraag: wat voor samenleving willen wij zijn, en wat vinden wij een mens waard?

D66, de partij van premier Rob Jetten, kiest voor een ruime benadering van abortus en euthanasie: abortus uit het strafrecht, een regeling voor hulp bij een voltooid leven, en verruiming van de euthanasiewet. De SGP benadrukt daarentegen dat de overheid niet alleen de vrijheid van het individu moet beschermen, maar ook het leven zelf. Dat is geen verschil van mening over wetgeving alleen, maar over ons mensbeeld.

Wanneer begint een mens?

Jetten zei ooit in een debat: "Menselijk leven begint bij de bevruchting." Als dat waar is, gaat het bij abortus niet om een stukje weefsel, maar om pril menselijk leven. Toch verschuift het debat vaak naar de vrijheid van de vrouw, terwijl de vraag naar het ongeboren kind naar de achtergrond verdwijnt. Wanneer zelfbeschikking het hoogste uitgangspunt wordt, wordt het bestaansrecht van het kind afhankelijk van de keuze van een ander. Wie spreekt er dan nog namens degene die zelf geen stem heeft?

De maakbare mens

Met preïmplantatie genetische diagnostiek en embryoselectie kunnen erfelijke aandoeningen worden vermeden nog voordat een embryo wordt teruggeplaatst. Dat klinkt begrijpelijk: niemand wil dat een kind ernstig ziek wordt. Maar wanneer zijn we niet meer bezig met het behandelen van ziekte, maar met het selecteren van mensen? Vandaag gaat het om een ernstige aandoening, morgen mogelijk om intelligentie of uiterlijk. Iedere stap kan op zichzelf logisch lijken, terwijl we later ontdekken dat we samen een grens zijn gepasseerd. Als we steeds beter bepalen welk leven gewenst is, bepalen we ook steeds beter welk leven dat niet is.

Wat is een goed leven?

Wat maakt een mensenleven waardevol? Is dat gezondheid, zelfstandigheid, intelligentie of de bijdrage die iemand aan de samenleving levert? Wie die eigenschappen als maatstaf neemt, creëert ongemerkt een rangorde: een gezonde volwassene lijkt dan meer waard dan een zwaar gehandicapt kind of iemand met vergevorderde dementie. Toch weten we dat zij evenveel waard zijn.

Het christelijk geloof legt daarvoor een ander fundament. De waarde van een mens ligt niet in wat hij presteert, maar in het feit dat hij naar Gods beeld geschapen is. David verwoordt dat in Psalm 139: "Ik loof U, omdat ik wonderlijk gemaakt ben." Die waarde begint niet bij zelfstandigheid, maar bij God, Die ieder mens kent; ook in de moederschoot. Dat geldt voor het ongeboren kind, de jongere en de kwetsbare oudere evenzeer. Niemand hoeft iets te presteren om waardevol te zijn.

Ook aan het einde van het leven

Diezelfde discussie speelt aan het andere uiteinde. D66 wil een regeling voor hulp bij een voltooid leven. Ook hier klinkt "vrijheid" aantrekkelijk: wie zijn wij om te bepalen wat een ander moet doen? Maar wie zegt dat zijn leven voltooid is, vraagt misschien niet in de eerste plaats om de mogelijkheid te sterven, maar om de zekerheid dat zijn leven nog waarde heeft. Eenzaamheid, het gevoel een last te zijn, volledige afhankelijkheid. Dat zijn omstandigheden die iemands keuze kunnen kleuren. Dat vraagt geen formulier, maar nabijheid.

De zwakste mens als spiegel

Een samenleving laat zien wat zij werkelijk gelooft over menselijke waardigheid wanneer zij kijkt naar wie zichzelf niet kan verdedigen: het ongeboren kind, de zieke patiënt, de mens met een beperking, de dementerende oudere. De kernvraag is niet politiek van aard, maar universeel: is een mens waardevol omdat hij bestaat, of omdat hij iets kan en bijdraagt? Als het laatste waar is, vallen er altijd mensen buiten de norm — en zodra techniek selectie mogelijk maakt, ontstaat de verleiding om dat ook te doen.

Grenzen zijn geen vijandschap tegen vooruitgang

Het kabinet-Jetten zou terughoudend moeten zijn met het idee dat vooruitgang per definitie goed is. Wetenschap verdient ruimte, maar is geen moreel kompas: zij vertelt wat mogelijk is, niet wat wenselijk is. De vraag is niet alleen hoe ver de wetenschap kan gaan, maar of wij nog weten waarom zij ergens moet stoppen. Daarom heeft de SGP de opdracht te blijven vertellen waarom ieder mens bescherming verdient — juist wanneer dat leven kwetsbaar, afhankelijk of ongewenst is.

Niet maakbaar, wel waardevol

Een mens is geen product dat aan kwaliteitseisen moet voldoen voordat hij recht heeft op een plaats in de wereld. Hij is geen eigenaar van het leven, maar ontvangt het. Zoals David schreef in psalm 139: "Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijns moeders buik bedekt." Zijn waarde is niet door mensen toegekend en kan dus ook niet door mensen worden afgenomen. Dat vraagt om politici die niet altijd de gemakkelijkste weg kiezen, maar de moed hebben om vast te houden aan wat zij geloven dat goed is.

Daarom is het belangrijke werk van de SGP in de Tweede Kamer zo nodig. Moge de Heere de fractie wijsheid, vrijmoedigheid en volharding geven om ook in een politiek landschap waarin de druk groot kan zijn, op te komen voor het leven en voor de Bijbelse waarden die onze samenleving nodig heeft. Zoals Psalm 121 ons voorhoudt: “Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.”